"Guus, trek je rokkostuum aan. We gaan naar dat Duitse feestje."
– Erik Lanshof tegen Guus LeJeune - Soldaat van Oranje (1977)
Op de uitnodiging leest u de letters white tie. Proficiat! Jij bent onderdeel van een zeer select groepje heren dat zich mag kleden naar de Olympus onder de formal wear – het ab-so-luut hoogst haalbare niveau. De Champions League onder de kleding: white tie, oftewel het rokkostuum.
Onsterfelijk gemaakt door Rutger Hauer in Soldaat van Oranje (1977), maar voor menig sterveling – tenzij lid van een Nederlands corps, vrijmetselaar of fervent bezoeker van een koninklijk bal – een zeldzaam fenomeen. Tijd om de koning van de herenkledij onder de loep te nemen.
Wij werken van binnen naar buiten vandaag en beginnen daarom bij het shirt. Uiteraard: wit. Vervaardigd uit stevig (piqué) en gesteven katoen. De knopenlijst is ofwel gesloten – wat betekent dat de knopen niet zichtbaar zijn maar verborgen – of er wordt gewerkt met zogeheten studs: kleine manchetknopen voor de knopenlijst. De manchetten (leest: de mouwsluiting) zijn altijd dubbel, dus omgeslagen en voorzien van uw mooiste manchetknopen.
De kraag noemt men een vadermoordenaar – dat is dus die opstaande boord met naar voren gevouwen puntjes, exclusief voor het rokkostuum (dus niet bij de smoking!). Oorspronkelijk wing collar, maar via een vertaalfout vanuit het Frans naar het Duits en van het Duits naar het Nederlands belandden we met de weinig flatterende term vadermoordenaar. Een tragikomisch misverstand, maar wél verplicht bij white tie.
De pantalon is oorspronkelijk high-rise, met één bandplooi. Zolang hij maar van dezelfde stof is als het jasje, zonder omslag, liever wat langer dan nét te kort, en voorzien van een satijnen galon. Geen riem, wél zwarte bretels (de versie met knopen, géén clip-bretels!).
Het vestje noemt men ook wel rokwit. Bij voorkeur ook van wat grovere piqué. Dit mag double breasted zijn, maar is bij voorkeur voorzien van een enkele rij knopen. De V-vorm van het rokwit laat ruimte bij de kraag over voor een – je raadt het al – witte en zelf gestrikte vlinderdas. De voorpanden van het rokwit mogen nóóit langer zijn dan de panden van het jasje.
Dan de zwarte rokjas. Kort van voren, achter voorzien van sierlijke zwaluwstaarten die eindigen tot net onder de knie. De revers van het jasje zijn, net als de galon op de pantalon, voorzien van satijn. Bij voorkeur gesneden in een peak lapel, en mogen best iets breder zijn om een trotse houding te vergemakkelijken. De ‘moderne’ rokjas (maar ook alweer meer dan 100 jaar oud) heeft geen sluiting aan de voorkant, maar wel aan beide zijden drie knopen – evenals twee knopen op de rug. (Een overblijfsel van toen men nog een zwaard knoopte aan de jas.)
De schoenen zijn te allen tijde van zwart lakleer en altijd nét gepoetst. Beter nog: mirror-shined. Smetteloos – en daarmee multifunctioneel als spiegel voor de ijdele heer die zijn kapsel nog even fatsoeneert via de punt van zijn gepolijste schoenen. De kousen zijn al-tijd van zwart katoen, met in het beste geval een sierlijke zijdeweving erdoor.
De accessoires? Een pochet? Fundamentalisten menen van niet. Persoonlijk zeg ik: doen – mits wit en 100% zijde. Een horloge is een absolute misser. Gezelligheid kent geen tijd. Verdere juwelen mogen thuisblijven; een enkele trouw- en/of zegelring volstaat.
Geen rokkostuum belandt zonder stomerijretraite terug in de kast. Inspecteer het geheel met militaire precisie: losgeraakte knopen, vlekken van champagne of oester dienen opgespoord en verwijderd te worden. Zo ben je voorbereid op het volgende soirée, gala, benefiet of bal.
voor 16:00 besteld morgen in huis