"A don doesn't wear shorts."— The Sopranos, seizoen 4, aflevering 1 (2002)
Zomer betekent luchtigere stoffen, lichtere kleuren en nét wat meer vrijheid. Maar hoe zorg je dat je er stijlvol uitziet zonder in te leveren op comfort? Tijd voor een frisse blik op de regels van zomerse elegantie. Zo onderscheid jij je moeiteloos van je minder esthetisch ingestelde landgenoten deze zomer.
De do’s en don’ts van zomerkleding.
Allereerst: sommige items mogen thuisblijven. Dat scheelt ook bagageruimte! Het voetbalshirt hoeft dit jaar niet mee. De trots op de lokale of nationale FC mag nooit een excuus zijn voor esthetisch verval.
Kies liever voor een linnen shirt: luchtig, elegant en vergevingsgezind in de hitte. Een knoopje extra open mag — met mate. En omarm de kreuk, linnen doet zoals linnen doet. Even de mouwen 2x achteloos omslaan en ‘voilà’. Geen liefhebber van linnen? Neem dan katoen. En een effen polo is onmisbaar en redt menig outfit.
Daaronder: een lichte broek. Linnen, katoen. Een fijne wolsoort mag ook. Bandplooien zijn terug — en met recht. Eén of twee, naar smaak. Onthoud. Is de taille hoger, dan zijn de benen en het silhouet langer. De skinny fit kun je ook thuislaten. De broeken van nu zijn weer even een slagje wijder. Baggy is leuk tot je 20e levensjaar. Blijf daarna weg van extremen.
Dan de shorts. Context is key. Op het strand? Zeker. Voor de tent? Uiteraard. In de stad of in het restaurant? Absoluut niet. En als je dan al met blote benen op pad gaat: werk de kuiten bij met een lik zon. En even insmeren doet wonderen.
Een luchtige blazer is een zegen. Liefst ongevoerd/unconstructed. Dunne wol, katoen, linnen of seersucker: allemaal ademende opties. Polyester? Daar zweet je van vóór je de zon ziet. Kijk ook eens naar een model met een bredere revers en opgestikte zakken. Nét even een tikkeltje casual.
Schoeisel dan. Slippers draag je op het strand en verder niet. Dat is duidelijk. Voor het gemak kies je een nette sneaker, voor stijl een leren loafer. De durfal met vertoonbare voeten mag een gevlochten sandaal overwegen. Mooi. Geen discussies over witte sportsokken. Die blijven thuis.
De zonnebril? Laat het reflecterende sport-en-wraparound model liggen. Je bent geen F1-coureur. Nog niet. Kies een rustig, tijdloos montuur met zachte lijnen. De aviator kan, maar voorzichtig: je bent sneller een karikatuur dan een rockster.
En wat kleur betreft: wees terughoudend. Zachte tinten flatteren: beige, lichtblauw, salie, zand, crème. Match met huid en haar. De Hawaii-blouse? Alleen in Honolulu.
En dan die witte broek. Ja, die! Neem hem dit jaar mee. En draag hem. Vlekken zijn geen reden om in angst te leven.